Origineel Oslo

Een uitgave van de Haagse Tram Vrienden ©,
www.haagstramnieuws.org


Een verslag van Sem Kuipers:
Wat zouden we vandaag de dag toch doen zonder het internet.
Hoe eenvoudig is het om even wat sites af te surfen op zoek naar een leuke vakantiebestemming. Je checkt wat jaarlijkse weerstatistieken, surft even langs de sites van vervoersbedrijven en hobbyisten, en voila ... je bent eruit. Zo ben ik dit keer uiteindelijk bij Oslo gekomen.
Oslo was niet mijn eerste keus. Maar het relatief gunstige weer (met 30 graden eigenlijk te warm, maar wel volop zon), de aanvaardbare frequentie van 15 minuten gedurende de zomerdienst (die in Scandinavische landen al half juni begint) en het feit dat mijn collega’s met kinderen juli en augustus al hadden geclaimd, deden mij voor Oslo kiezen. Zeker geen verkeerde keuze!

Vanaf vliegveld Gardemoen heb je twee keuzes om per trein naar Oslo S (het Centraal Station) te reizen: De Flytorget (de Airport Express trein) kost zo’n NOK 170 en is ongeveer twee maal zo snel als de gewone NSB trein (NOK 102). Oslo S is omringd door grote winkelcentra en hotels en ook de belangrijkste winkelstraat (de Karl Johans gate) begint hier. Alle zes tramlijnen passeren het Jernbanetorget (zeg maar het Stationsplein), net als vele lokale en interlokale buslijnen. Mijn ge-Google-de hotel lag schuin tegenover het station, met uitzicht op het gekrioel van blauwe trams en rode en groene bussen beneden.
Wat mij meteen opviel was dat, naast het veelvuldig gebruik van het belsignaal, de trams ook een fluit-signaal hebben om argeloze overstekers te waarschuwen. De fluit van de enkelgelede trams lijkt trouwens verdomd veel op die van een Blackpoolse Boat-tram.

Foto 1. Een futuristische trein van de Flytorge- dienst wordt omringd door boemeltjes, Oslo S.
Foto 2. Drukte voor het hotel, Jernbanetorget.
Foto 3. MILIØ-tram 103 aan de halte Torshov.


De indruk die ik vooraf van Oslo had was: SAAI. Oslo is echter allerminst een saaie stad.
Weliswaar bestaat het wagenpark uit slechts twee tramtypes en zijn er slechts zes tramlijnen (niet veel voor een stad als Oslo), maar ik heb me zeker niet verveeld. Het wagenpark kent zogezegd twee soorten trams: SL79 en SL95.
De SL79's zijn enkelgelede eenrichtingwagens uit de serie 101-140. De eerste 25 zijn begin jaren '80 gebouwd door Duewag en Strømmen en worden gekenmerkt door de enkele uitstapdeur achter èn een enkele deur achter aan de 'blinde' zijde. De laatste 15 zijn eind jaren '80 gebouwd door ASEA en Strømmen en hebben een dubbele uitstapdeur achter en géén deur aan de blinde zijde. In de loop der jaren zijn alle wagens voorzien van dezelfde kop en laatst is de hele serie voorzien van digitale lijnaanduiding (die weliswaar iets beter, maar niet veel beter is dan de Haagse). De deur aan de blinde zijde is niet meer in gebruik. Bij een enkele wagen is de originele kantelbakconstructie nog aanwezig, maar bij velen is de vloer doorgetrokken en de deur vastgezet. De 133 is de enige Oslose thematram.
De SL79's waren de eerste nieuwe trams in meer dan 20 jaar. In 1960 had de gemeente besloten de trams en trolleybussen te vervangen door metro en diesel bussen. Een beslissing die pas in 1977 werd teruggedraaid.
Foto 4. De 103 komt als lijn 12 aan te Majorstuen en zal als lijn 11 vertrekken. De wagen is uit de eerste serie, getuige de deur aan de blinde zijde.
Foto 5. Ikke I Traffik (oftewel Buiten Dienst) toont de 125 zijn enkele uitstapdeur, Jernbanetorget.
Foto 6. De 129 is uit de tweede serie, met dubbele deur, Nyebrua.


De SL95's beslaan de nummers 141 tot en met 172. De wagens zijn dubbelgelede tweerichtingtrams, gebouwd door het Italiaanse Ansaldo. Ze zijn met een krappe 65 ton bijna twee keer zo zwaar als de SL79's, en door hun afmetingen zijn ze moeilijk inzetbaar op de lijnen die Majorstuen aandoen (11, 12 en 19). Het nieuwe ontwerp bracht onvermijdelijk technische problemen met zich mee, maar deze zijn zo goed als verholpen.
De SL79's zijn te vinden op de lijnen 11, 12 en 19 en de SL95's op 13, 17 en 18.
De lijnen 11 en 18 rijden tijdens de piekuren door naar respectievelijk Kjelsås (eindpunt lijn 12) en Ljabru (eindpunt lijn 19). Overgaande diensten zijn er aan Grefsen Stasjon (lijnen 13 en 17), Rikshospitalet (lijnen 17 en 18) en Majorstuen (lijnen 11 en 12). Dezelfde tram kun je gedurende de dag dus op meerdere lijnen tegenkomen. De enige vreemde eend in de bijt is motorwagen 70.
Foto 7. Lijnwisseling aan het kopeindpunt Rikshospitalet.
Foto 8. Rollende richtingfilms verraden het overlopen van lijn 13 naar 17 en andersom, Grefsen Stasjon.
Foto 9. De 70 passeert de 'fontein' bij de halte Solli.


De beste manier om een stad en zijn tramnet te ontdekken is meerijden. Ik had dan ook een planning gemaakt, waarbij ik 's ochtends een lijn zou 'verkennen' en eventueel op plekken waar de zon goed zou staan meteen in actie komen, en 's middags de eerder verkende trajecten zou afgaan om te fotograferen. Ik begin meestal bij de lijnen met het oudste materieel, omdat je nooit zeker kan zijn of deze trams ook in het weekend dienst doen. In Göteborg had ik vorig jaar pech in het weekend, maar in Oslo is alles strak georganiseerd. Hetzelfde tramtype doet op een lijn elke dag van de week dienst, dus met uitzondering van een enkele inrukker, zijn er weinig verassingen.
Met uitzondering van een aantal smalle straten in de binnenstad, heb je in Oslo genoeg ruimte om te fotograferen. Afscheidende hekken, zoals die in Den Haag op bijna iedere meter worden neergezet, zijn een onbekend fenomeen.
De lijnen 11 en 12 rijden vanuit het noorden van de stad naar het Jernbanetorget, splitsen daar en komen weer samen aan het westelijke eindpunt Majorstuen. Vooral het traject ten noorden van Storo, rond Nyebrua, als het traject langs Aker Brygge zijn goed te fotograferen. Lijn 19 rijdt vanaf het zuidelijke Ljabru naar Majorstuen. Het traject, ook we bekend als de Ekebergbanen, krijgt vanaf de halte Oslo Hospitalet een spectaculaire klim en de route biedt veel leuke fotopunten, waaronder ook een stukje enkelspoor.
Foto 10. De straten in de binnenstad zijn smal, en werkzaamheden maken enkelspoor rijden noodzakelijk, Stortorvet.
Foto 11. De 121 is bezig aan de klim vanaf Storo en heeft op enkele meters zijn eindpunt Disen bereikt.
Foto 12. Net als lijn 19 klimt lijn 18 langs de heuvels van het Oslo fjord omhoog, met een prachtig uitzicht op de stad, Sjømansskolen.


Het voordeel van een relatief klein tramnet, is dat je alle lijnen gemakkelijk kunt afrijden en op plaat zetten. De werkzaamheden aan Lileaker liggen binnen handbereik, maar een onverwachte stroomonderbreking kan ervoor zorgen dat je onevenredig veel tijd kwijt bent aan een paar foto's. Je hebt natuurlijk ook een aantal 'standaard' plekken, waar je als hobbyist niet omheen kunt. Bijvoorbeeld de eerder genoemde Ekeberg, maar ook het plein bij de halte Solli en de Henrik Ibsen gate. De tramsporen bij Solli lopen deels door een fontein, waarvan het water stopt met spuiten als er een tram doorheen gaat. Het uitzicht vanaf de Henrik Ibsen gate (langs het koninklijk paleis) is prachtig, en met een beetje geluk kun je ook de parallel lopende Kristian Augusts gate met lijnen 11, 17 en 18 peilen.
Dat peilen kan bijvoorbeeld ook de eerder genoemde motorwagen 70 opleveren. Deze veteraan uit 1913 is te huren voor partyritten, al dan niet gekoppeld met replica bijwagen 647. Het heeft mij zeer veel moeite gekost om deze wagen te platen, want meestal sta je net op de verkeerde plek op de verkeerde tijd.
Foto 13. De tijdelijk keerlus aan Lileaker, met twee lijnen 13 zonder stroom.
Foto 14. Peilen en sprinten leverden dit resultaat, Storgata.
Foto 15. Tweeasser 32 valt in het niet bij Høka 234 en buitenlijn Gulfis 183, Vognhal 5.


Voor de ongeduldigen is er natuurlijk nog het trammuseum in de voormalige remisehal bij Majorstuen. Er staan schitterende trams, zoals een tweetal Guldfis (goudvis)-trams, een Høka en verschillende tweeassers en grof buitenlijnmaterieel. Nadeel is de kleine ruimte, waardoor een groothoeklens een must is.
Naast blauwe trams en groene en rode bussen is er voor liefhebbers ook nog de metro (in correct Noors T-bane). De lijnen 1 tot en met 6 zijn gestandaardiseerd met witte driedelige metrostellen. De oude roodkleurige metrostellen staan afgesteld, onder andere bij Majorstuen. Werkzaamheden op lijn 1 leverden vervangend busvervoer op.
Foto 16. Zelfs met groothoek is fotograferen een hele klus, Vognhal 5.
Foto 17. Maagdelijk witte T-bane aan de halte Forskningsparken.
Foto 18. Afgestelde rijtuigen uit de serie 1300 te Majorstuen.


Oslo is zeker de moeite waard om te bezoeken. De beperkte grootte van het tram- en metronet (in lijnen, niet in kilometers) maakt alles zeer overzichtelijk. Met het juiste kaartje kun je in alle bus-, tram- en metrolijnen en kun je bovendien gebruik maken van de veerdiensten van de lijnen 91 t/m 94! Een Ukekort (weekkaart) van NOK 200 is bij een verblijf van vier of meer dagen de voordeligste oplossing. Een dagkaart kost NOK 65.
En dat Noorwegen zo enorm duur is... tsja, goedkoop is anders, maar dat geldt vandaag de dag ook voor Nederland. Beter duur dan niet te koop... dat is Oslo!